Sellingerbeetse in de media

Nieuwsblad van het Noorden, 18 juli 2000

Kamperen bij zandafgraving in landschappelijke architectuur
Zandafgraving 'de Beetse' wordt geen doorsnee vakantiedorp,

Zandafgraving 'de Beetse' wordt geen doorsnee vakantiedorp foto: DAAD Architecten

Tussen Musselkanaal en Sellingen ligt een paradijselijk meer met blauw-groen water. De camping langs zandafgraving 'de Beetse' heeft sinds vorig jaar een nieuwe eigenaar. Deze vroeg DAAD Architecten uit Borger een plan te maken voor een recreatieterrein voor natuurkampeerders.

Van onze kunstredacteur MANNUS VAN DER LAAN

Sellingerbeetse - De zandwinningsmachines mogen in Sellingerbeetse nog volop in bedrijf zijn, vooral 's zomers is het er aangenaam toeven. In 'de Beetse' kun je heerlijk zwemmen in het 20 meter diepe heldere water. Op een landtong in de zandwinplas is ook een camping gevestigd. Tot vorig jaar stonden er een kleine vijftig stacaravans. Op last van de nieuwe eigenaar Irka Lenselink zijn deze ondertussen vertrokken. De rommelige aanblik ervan past niet in het recreatieterrein dat Lenselink link liet ontwerpen door Daad Architecten uit Borger.

Het spits is al afgebeten. Vorige maand werd op camping de Papaver het sanitaire gebouw met toiletten douches en wasruimten opgeleverd. Het houten gebouw ligt pal naast het bestaande theehuis. Als je er vanaf de openbare weg naartoe loopt valt het nauwelijks op. Het is half ingegraven in het landschap en op het dak groeit. Vanaf de andere kant openbaart zich een sober functioneel ingerichte sanitaire ruimte die niet zoals gegebruikelijk is ontworpen naar het onderscheid tussen 'dames' en 'heren' maar naar die tussen de seizoenen. In de zomer is het open en waait de wind erdoorheen, 's winters wordt het afgesloten met glazen platen en deuren. "Het lijkt eerder op een Scandinavische sauna dan op een Parijs openbaar toilet", zegt architect Rob Hendriks van DAAD.

Volgens hem is de zandafgraving uniek vanwege zijn 'dubbelzinnige natuurlijkheid'. Het is in feite een industriegebied maar de waterplas, die hier vanaf de jaren '20 is ontstaan en de wilde begroeiïng langs de oevers hebben een prachtig stukje natuur opgeleverd. Uitermate geschikt dus voor een recreatieterrein. Gelukkig blijft het terrein, dat door de aanwezigheid van roestige zandwinningsinstallaties en afvoerpijpen een bijzondere zondere charme heeft, publiek toegankelijk en wordt het geen doorsnee vakantiedorp waarin gelijkvormigheid troef is. "De relatie tussen dergelijke vakantiedorpen en het landschap is meestal nul", zegt Hendriks. "Als Sporthuis Centrum het hier voor het zeggen zou hebben komen er identieke vakantiehuisjes aan het water met een rij coniferen ertussen".

Rust

De eigenaar wil een recreatieterrein, waar rust en landschappelijke kwaliteit de boventoon voeren. Om dat voor elkaar te krijgen heeft ze een architectenbureau een ontwikkelingsplan laten maken voor de camping, wat niet vaak voorkomt. Behalve het sanitaire gebouw voorziet DAAD over een tijdsbestek van tien jaar - als de camping goed gaat lopen in kortere tijd - in de bouw van vakantiehutten en andere gebouwen en recreatiefaciliteiten. Deze worden volgens Hendriks op uitgekiende wijze in het landschap ingebed. "We willen bebouwing die het landschap niet verstoort maar juist versterkt. De opdrachtgever is niet alleen op het binnenhalen van ANMW-sterren gericht, meer ook op de kwaliteit van de openbare ruimte. Tegelijkertijd willen we geen ecobebouwing die onzichtbaar is weggestopt in het groen, maar duurzaam bouwen onder architectuur".

Sommige hutten zullen op het water drijven, andere op palen over heuvels heen hellen. De bebouwing zal bescheiden van afmeting zijn en opgetrokken worden met natuurlijke materialen. De hutten kunnen flexibel worden ingedeeld. Ze krijgen een binnen en een buitenwand waar zo'n meter ruimte tussen zit. Afhankelijk van het weer kunnen de gasten een wand wegschuiven zodat ze 'buiten' onder een dak wonen. "De seizoenen moeten voelbaar blijven".

DAAD laat de bebouwing aansluiten bij de diversiteit van de oevers die op enkele plekken uit een breed strand bestaat en op andere uit een veelsoortige begroeiïng. Er staan 60 jaar oude eiken langs het meer, maar ook naaldbomen, struikgewas, enkele heideveldjes, diverse grassoorten en zelfs een veenmoeras. "De latente landschappelijke kwaliteiten van de oevers worden versterkt. De verschillen worden groter gemaakt".

Het landschap zal in de nabije toekomst langzaam veranderen. Niet alleen doordat de zandwinning nog een aantal jaren doorgaat waardoor het meer groter wordt, maar ook door ingrepen van DAAD "De bedoeling is een maximum aan landschappen te realiseren", zegt Hendriks. In het bos zullen verschillende 'boskamers' komen, open plekken waarvan er al twee gerealiseerd zijn. Daar kunnen mensen kamperen. Verder zullen de zandduinen bij de winningsplaatsen worden gehandhaafd, zodat er zandverstuivingen zullen plaatsvinden. "Het is in Nederland een uniek project", aldus Hendriks, "het past in de tijd. Gezien zien de toeloop van de eerste weken wordt het beslist een succes".

 

Archief:

© sellingerbeetse.nl - disclaimer - sitemap
KleinerGroter